
Twee nationale parken. Een kust van lege stranden en zeegrotten. Een dorp vol opmerkelijke restaurants aan het eind van een zandweg. Vrijwel niemand kent het — en dat is precies het punt.
Vijftien jaar geleden was deze kust praktisch onbereikbaar. Vanuit San José hierheen komen betekende tien tot twaalf uur grind, doorwaadbare rivieren en vertrouwen. In 2010 ging de Costanera Sur open — en een plek die een eeuw lang met rust was gelaten lag ineens op drieënhalf uur rijden.
Wat de weg níét deed, was het veranderen. De Zuidelijke Stille Oceaan — de Costa Ballena en het schiereiland Osa, van Dominical tot de Panamese grens — is nog steeds het deel van Costa Rica dat nooit is volgebouwd. Geen hoogbouwresorts, geen restaurantketens, geen cruiseterminals, geen straten vol souvenirwinkels. De wegen zijn nog van rode aarde. Brulapen wekken u nog altijd vóór de wekker. Hele stranden liggen op een dinsdag verlaten.
Wie in Guanacaste of Tamarindo in het noorden is geweest, heeft een versie van Costa Rica gezien die voor bezoekers is gebouwd — comfortabel, goed geregeld en voor veel reizigers vaag vertrouwd. Dit is de andere. Die nog van de mensen is die er wonen.
El Castillo ligt vrijwel precies daartussen — tien minuten van een zeepark dat bultruggen twee keer per jaar bezoeken, en vijfenveertig minuten van wat National Geographic de biologisch intensiefste plek op aarde noemde.
10 minuten noordwaartsVijfduizend hectare beschermde oceaan, het grootste koraalrif aan de Pacifische zijde van Midden-Amerika, en een zandbank die bij laag water opduikt in de onmiskenbare vorm van een bultrugstaart — wijzend naar precies het water waarin de walvissen arriveren. U kunt erop lopen.
De Zuidelijke Stille Oceaan van Costa Rica kent een van de langste bultrugseizoenen ter wereld, omdat er twee volledig gescheiden populaties komen. De walvissen uit het noorden arriveren rond december en blijven tot maart; die uit Antarctica komen tussen augustus en oktober. Samen krijgen bultruggen een groot deel van het jaar jongen in water dat u vanaf uw balkon ziet. Dolfijnen en zeeschildpadden zijn er het hele jaar.
Walvissen en dolfijnen spotten
45 minuten zuidwaartsDie woorden zijn niet van ons — ze komen van National Geographic, en zodra u het Sirena-pad hebt gelopen klinken ze niet langer als marketing. Corcovado beschermt 424 vierkante kilometer van het schiereiland Osa, ongeveer een derde, en is het laatste substantiële stuk Pacifisch laaglandregenwoud in Midden-Amerika.
De Osa beslaat minder dan een duizendste procent van het aardoppervlak en herbergt ruim tweeënhalf procent van de biodiversiteit. Vier apensoorten. De Baird-tapir. Scharlaken ara's in zwermen in plaats van paren. Alle vier de zeeschildpadden van Costa Rica. En de gezondste jaguar- en poemapopulaties van het land — die u vrijwel zeker niet ziet, en waar u de hele dag op zult hopen.
Wandelen in Corcovado"De biologisch intensiefste plek op aarde in termen van biodiversiteit."National Geographic over Nationaal Park Corcovado
Aan de horizonOp een heldere middag ligt er een lage grijze vorm in de Stille Oceaan, twintig kilometer uit de kust van Bahía Drake. Dat is Isla del Caño — een biologisch reservaat zonder hotels, zonder bewoners en zonder visserij, en precies daarom is het water eromheen het helderste van deze kust.
Het zicht reikt geregeld verder dan twintig meter. Witpuntrifhaaien, adelaarsroggen, zeeschildpadden, murenen en enorme scholen horsmakrelen. Aan land bewaart het eiland precolumbiaanse stenen bollen en graven die niemand volledig heeft verklaard — dezelfde raadselachtige bollen die UNESCO tot werelderfgoed uitriep.
De boten vertrekken uit Sierpe, vijfenveertig minuten zuidwaarts. Ons team boekt het voor u, en u bent terug op het terras voor zonsondergang.
Snorkelen bij Isla del CañoVentanas betekent ramen. De zee deed er enkele duizenden jaren over om ze uit te hollen in de landtong aan de noordkant van de baai, en bij laag water loopt u er zo naar binnen — staand in de rots, met de Stille Oceaan aan het andere eind omlijst door een stenen boog, zand onder uw voeten en het geluid volledig veranderd.
Het is het dichtstbijzijnde strand bij El Castillo en naar elke redelijke maatstaf het mooiste van deze kust. Een halve maan donker vulkanisch zand tussen twee begroeide punten, met palmen en amandelbomen erachter en aan weerszijden de oprijzende landtong. De vorm van de baai houdt de meeste deining tegen, waardoor het water rustig genoeg is om te zwemmen en helder genoeg om te snorkelen — ongewoon aan een Pacifische kust die vooral om zijn branding bekendstaat.
Er is niets op gebouwd. Geen hotel, geen strandclub, geen verkopers. Op een doordeweekse ochtend hebt u het waarschijnlijk voor uzelf, op een Tico-gezin met een koelbox en een voetbal na, en de pelikanen die de punt afwerken.
Ga bij laag water. Onze receptie geeft u de tijden mee voordat u vertrekt — de grotten sluiten zich zodra het water terugkomt, en het ochtendlicht is het mooiste van de dag.
De Costanera loopt de hele weg langs het water, en om de paar minuten opent zich links weer een baai. Elke is anders. U zou een week lang elke dag een ander strand kunnen doen zonder uzelf te herhalen.

Het onze. Een beschutte halvemaanbaai met beloopbare zeegrotten aan de noordkant, kalm water, donker zand en vrijwel niemand. Ga bij laag water.

Een kleine, fraaie baai met matige branding en zicht op Isla Ballena voor de kust. Rotsig bij hoog water; het zuidelijke uiteinde is de plek om te zwemmen als het water zakt.

Fijn zand, nauwelijks branding, en onderdeel van het zeepark zelf. Isla Ballena en de Tres Hermanas-rotsen liggen er vlak voor — dit is het strand om een boek mee naartoe te nemen.

De beroemde. Lang, veilig om te zwemmen, doorregen met riviermondingen en mangrovekanalen — en op de punt de zandbank van de Walvisstaart, waar u bij laag water op kunt lopen. Het beste strand hier om paard te rijden.

Een lange open strook onder de Fila Costeña-bergen, bij laag water via de Walvisstaart verbonden met Uvita. Loop het bij eb voor de getijdenpoelen: krabben, kleine vissen, schelpdieren — en nauwelijks een voetafdruk.

Milder dan zijn grote broer verderop. Matige branding, goed zwemwater, kajaks en suppen — en Punta Dominical aan de zuidkant, een beboste landtong die de klim waard is.

Serieuze golven en daarachter een even serieus surfdorp: het hele jaar constant, het best voor ervaren surfers. Ook de levendigste strook van de kust wat restaurants, winkels en avondmuziek betreft.

Ojochals eigen strand, waar de monding van de Río Térraba de zee ontmoet. Wild, bezaaid met drijfhout en rijk aan vogels; een lokaal beschermingsproject ontfermt zich over de schildpadden die hier nestelen.
Vierhonderd meter voorbij het dorpsbord, een zandweg op die Calle Perezoso heet — Luiaardstraat, en die naam klopt. Zo'n driehonderd inwoners, geen stoplicht, geen supermarktketen, en een volstrekt buitenproportioneel aantal zeer goede restaurants. Ojochal is de reden dat wie deze kust kent, blijft terugkomen.
Het drukste van de dorpen hier zonder ooit druk aan te voelen. Zaterdags boerenmarkt, de toegangspoort tot Marino Ballena, en elk voorjaar gastheer van het Envision-festival. Goed voor boodschappen, beter voor mensen kijken bij een koffie.
Blootsvoets surfdorp. Zandstraten, kraampjes langs de weg, een oprecht leuke hoofdstraat met bars, tacotenten en winkels, en een beachbreak die het hele jaar surfers trekt. Het beste dagje uit aan de kust als u zin hebt in wat rumoer.
Bananenland, omringd door beboste bergen. Steek de oude stalen brug over de Río Grande de Térraba over naar Palmar Sur en u komt bij Finca 6 — het museum rond de precolumbiaanse stenen bollen: perfect rond, doel onbekend, UNESCO-werelderfgoed.
Een rivierdorp aan de rand van het grootste mangrovegebied van Midden-Amerika, en het vertrekpunt naar Isla del Caño en Corcovado. De boten vertrekken van de steiger; bij schemer trekken scharlaken ara's over het water. Lunchen bij de restaurants aan de oever hoort erbij.
Cascada Pavón ligt tien minuten van het hotel — een kort pad, stenen treden, een poel om in te zwemmen en een rots waar de dorpskinderen vanaf springen. Geen gids, geen kosten. Nauyaca, veertig minuten noordwaarts, is de beroemde: een tweetraps val van 45 en 20 meter in een kristalheldere poel, te voet of te paard te bereiken. Wij regelen beide.
Ojochal wordt breed de culinaire hoofdstad van Costa Rica genoemd. Het heeft geen stoplicht, geen bank en geen supermarkt. Wat het wél heeft, zijn een dikke twintig restaurants — en over meerdere daarvan zou in elke wereldstad gesproken worden.
De reden is een echt toeval van de geschiedenis. Vanaf de jaren zeventig werd Ojochal grotendeels bevolkt door Franstalige Canadezen en Europeanen die voor de jungle kwamen en voorgoed bleven. Ze brachten hun keukens mee. Twee generaties later draait het dorp op Franse, Belgische, Indonesische, mediterrane en Costa Ricaanse kookkunst, vrijwel altijd in kleine zaken waar de kok degene is die u begroet.
Wat het mogelijk maakt, ligt buiten. Geelvintonijn en mahi die diezelfde ochtend in Sierpe zijn aangeland. Garnalen uit de riviermonding. Palmhart, bakbanaan, cacao, vanille, pejibaye en een handvol vruchten zonder Nederlandse naam, allemaal binnen een paar kilometer geteeld. Een uitzonderlijk goede voorraadkast, op een uitzonderlijk afgelegen plek, in handen van uitzonderlijk serieuze koks.
Diners zijn hier geen formaliteit tussen twee activiteiten. Ze zijn een van de redenen om te komen. Ons team kent elke keuken in het dorp, weet welke avonden ze open zijn, reserveert de tafel en regelt het vervoer — de wegen zijn donker en onbewegwijzerd, en die vijf minuten nemen we liever zelf voor onze rekening.
En op de avonden dat u helemaal niet wilt bewegen, kookt chef Yostin Muñoz boven met dezelfde ingrediënten en een beter uitzicht.

Het bekendste restaurant van het dorp en het vaakst genoemd als het beste van de kust — Franse techniek, tropische ingrediënten, en een kaarsverlichte binnenplaats vol palmen.

Acht of negen tafels open naar de jungle, gerund door een gastvrouw die het al decennia doet. Klein, persoonlijk — en de maaltijd waar de meeste gasten op weg naar het vliegveld nog over praten.

Hoog op de bergkam, de zonsondergang aan de ene kant en een band aan de andere. Bijna elke avond livemuziek, een kaart die loopt van tonijntartaar tot fish and chips, en het dichtste wat Ojochal bij een avondje uit komt.
Deze drie zijn slechts een begin. Vraag ons om de volledige lijst — die verandert per seizoen, en we eten bij allemaal.
Alles hieronder boekt u via onze receptie, wordt begeleid door gidsen die we persoonlijk kennen, en ligt op korte afstand van het hotel. Dit zijn geen opvulexcursies — het zijn consequent enkele van de best beoordeelde buitenactiviteiten van Costa Rica.

Negen kamers, 90 meter boven de Stille Oceaan, aan het eind van een weg die Luiaardstraat heet.
Beschikbaarheid bekijken